Brand

Sykje

Gemeenten Oan it wurd

Klappen doe je met twee handen over inburgeren en participatie

Geplaatst op 23 juni `21
5 minuten leestijd

Onder de nieuwe Wet Inburgering zijn de gemeenten in Nederland binnenkort verantwoordelijk voor de inburgering van nieuwkomers. De gemeente De Fryske Marren (DFM) bereidt zich hierop voor en is gestart met een brede intake en een plan voor inburgering en participatie. Zsuzsa Ungvari, Kinana Dasouki en Jemila Mussa zijn met nog drie collega’s de ‘cultuurtolken en bruggenbouwers’ in de uitvoering. Wie zijn ze en wat komen ze zoal tegen?

Zsuzsa is samen met twee collega’s regisseur statushouders bij de gemeente DFM, en met haar Hongaarse roots is zij het eerste portaal voor vooral nieuwkomers die in de gemeente DFM hun nieuwe leven in Nederland gaan opbouwen. Zij inventariseert de situatie van de statushouder, van financiën, opleiding, gezinssamenstelling, woonsituatie tot wensen. Op basis hiervan worden zij onder de vleugels van het sociaal wijkteam geplaatst. Omdat de leden van het sociaal wijkteam verschillende culturele achtergronden hebben, ondersteunen drie medewerkers waaronder Kinana en Jemila, hun team in de communicatie met de nieuwkomers. Kinana was in Damascus docente Arabisch en is nu trainer en teamleider. Jemila heeft Tigrinya als moedertaal, een taal die in Ethiopië en Eritrea wordt gesproken, en spreekt ook Arabisch. Ze zijn zo thuis in Nederland dat zij zich nu inzetten voor de nieuwe Nederlanders.

Kinana: ‘Toen ik zes jaar geleden zelf in Nederland kwam, vond ik het heel lastig om mijn weg te vinden. Ik verstond de taal nog niet goed en dat zorgde voor veel miscommunicatie. Maar niet alleen de taal was anders, ook de cultuur. Nederlanders zijn vrij direct en vinden het normaal dat je vertelt wat niet lukt (waar heb je hulp bij nodig?). Maar in veel culturen werkt het anders. Mensen zijn bescheiden, en voordat je om hulp vraagt, moet je eerst schaamte overwinnen! Mijn tip aan professionals is dan ook: zorg ervoor dat er iemand is die niet alleen de taal verstaat, maar ook de cultuur begrijpt.’

Zsuzsa onderbouwt Kinana’s woorden: ‘Iemand uit het eigen land begrijpt de achtergrond beter. We kunnen een tolk inzetten, maar die vertaalt alleen woorden en voegt niets extra’s toe. Naast een tolk en ‘body language’ zijn er meer hulpmiddelen beschikbaar, zoals pictogrammen, films en standaard vertaalde teksten, maar die zijn voor de analfabeten onder de nieuwkomers ook lastig. Ook kunnen we de cliënt vragen iemand mee te nemen die de vertaalslag in taal en cultuur kan maken. Dat geeft vertrouwen, want veel nieuwkomers zijn huiverig voor overheidsinstanties.’

Jemila: ‘Juist daarom vinden we het van de gemeente DFM zo dapper dat ze het hebben aangedurfd om ons in te zetten! We spreken verschillende talen, wij komen ook uit een andere cultuur en weten wat het is om in Nederland je weg te zoeken. Wij zijn een rolmodel voor hen, een voorbeeld! Het is fijn dat we deze rol kunnen vervullen en ook zo worden gezien door andere instanties. Met andere organisaties, zoals Jeugd en Gezin, hebben we regelmatig overleg, bijvoorbeeld over opvoeding. Er zijn verschillen tussen de culturen. Zo leren wij van hen en zij van ons.’

Zsuzsa legt uit dat het onderlinge begrip er sneller toe leidt dat mensen willen meewerken. ‘Bij cliënten heb je vaak wat tijd nodig om een vertrouwensband op te bouwen en dan helpt het als je dezelfde taal spreekt. En vergeet vooral de humor niet,’ vertelt Zsuzsa lachend, ‘da’s heel belangrijk. De Nederlandse taal is best lastig en samen lachen “breekt het ijs”.’ Tsja… Hoe leg je iemand uit wat ‘breekt het ijs’ betekent als hij geen bevroren water kent? Voor uitdrukkingen en gezegdes heb je kennis van de cultuur nodig. Zsuzsa tipt: ‘Spreek met cliënten eenvoudige taal, gebruik geen spreekwoorden, praat langzaam en articuleer duidelijk. Gebruik ook lichaamstaal, maar realiseer je daarbij wel dat oogcontact voor sommige culturen moeilijk is, in tegenstelling tot Nederland, waar we onze kinderen leren: “kijk me aan als ik tegen je praat!”’

Nieuwkomers in Friesland hebben naast de Nederlandse taal en cultuur nog een extra uitdaging.
Zsuzsa legt uit dat Fries heel lastig is, vooral als je nog je inburgeringsexamen moet doen. ‘“Waar kom je weg”, zoals in het Fries: “Wêr komst wei?” is echt een fout antwoord op je examen! De taal zou wel kunnen helpen bij het leggen van contact met de mensen in het dorp, bijvoorbeeld door een paar welkomstwoorden te leren.’ Jemila en Kinana verhalen van hun beider inspanningen om zich thuis te voelen in Friesland. Ze hebben de Nederlandse taal en cultuur geleerd door actief te zijn op school, door vrijwilligerswerk, door zelf initiatief te nemen en de buren uit te leggen: ‘we hebben jullie nodig’, ze hebben anderen aangemoedigd mee te gaan naar buurtfeestjes, om vooral samen de ‘mienskip’ te beleven. Want, zoals een Arabisch spreekwoord zegt: ‘Klappen doe je met twee handen’.

Tenslotte nog een laatste tip om drempels te slechten: het helpt als je eten deelt. De liefde gaat door de maag, in alle culturen!

Door: Ciska Noordmans