Wilma van der Veen rondde in 2013 haar opleiding verpleegkundige niveau 4 af. Daarna werkte ze een aantal jaren in het ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten. Sinds 6 jaar is ze actief als verpleegkundige in de wijk bij Buurtzorg Nederland. Wekelijks komt ze één of meerdere malen over de vloer bij cliënten in de Leeuwarder wijk Camminghaburen en omliggende dorpen, zoals Lekkum en Snakkerbuorren. Ze is altijd attent op signalen dat het Fries de ‘memmetaal’ van cliënten is. Ze weet uit ervaring dat overschakelen op het Fries helpt om ‘tichterby te kommen’.
“In mijn werkgebied wordt veel Nederlands gesproken en ook wel ‘Liwwadders’. Hier lijkt de Friese taal een beetje te verdwijnen. Ik begin een gesprek altijd in het Nederlands, omdat de meeste mensen dat spreken. Maar zodra ik een Fries accent meen te beluisteren, vraag ik: Praat je Fries of liever Nederlands? Als ze zeggen: praat mar Frysk, dan schakelen we over.” Soms is het overduidelijk welke taal de voorkeur van de cliënt heeft. “Laatst kwam ik bij een mevrouw die een sticker ‘Praat mar Frysk’ op de deur had. Dan kinne we better yn it Frysk prate, zei ik. Ze had de nodige problemen en wilde haar ei wel even kwijt. Ik heb twee collega’s die van huis uit Nederlandstalig zijn. Ik zie ook bij hen dat ze bij Friestalige cliënten overschakelen naar het Fries. Dat ze de moeite nemen om zo dichter bij de cliënten te komen.
Sy is krekt as ik
“Dementie is iets dat ik steeds meer tegenkom in mijn huidige werk. Zo was er een dementerende meneer waar we vier keer per dag kwamen. Als hij praatte, viel hij steeds in herhaling. Hij kon zich niet meer goed uitdrukken in het Nederlands en ging over op het Fries. Ik praatte Fries terug en toen ging hij helemaal los! Hij was destijds in de oorlog in Nederlands-Indië geweest en dat had heel veel indruk gemaakt. Er was op hem geschoten. Hij had in het ziekenhuis gelegen en was voor de dood weggehaald. Hij had hele verhalen, je kon wel een hele morgen bij hem zitten. Volgens mij hielp de taal hem om dichter bij zijn gevoel te komen en om de drempel naar mij lager te maken. Ik kin har fertrouwe. Sy is krekt as ik; sy begrypt my.”
Fries spreken werkt ook in het contact met andere professionals. “Ik was een keer bij een cliënt die ontslagen was uit het ziekenhuis van Drachten. Er was iets onduidelijk, dus ik belde met het ziekenhuis. Ik hoorde dat de doktersassistente Friestalig was en schakelde over op het Fries. Eens proberen wat er dan gebeurt. Ik hear wol efkes by de dokter, zei ze. Wanneer je erachter komt dat je beiden Fries spreekt, verloopt de communicatie toch wat gemakkelijker en krijg je sneller een ingang.
Oer de toeren
In haar ziekenhuistijd kreeg Wilma te maken met een mevrouw die haar heup gebroken had en daarom een blaaskatheter ingebracht kreeg. “Alleen was ze ook dementerend. Ze snapte er niets van. Waarom heb ik daar een slangetje? Daar is toch niets aan de hand? Ze was helemaal over haar toeren. In het ziekenhuis hebben ze vaak haast en mensen lopen in en uit in zo’n vierpersoonskamer. Dan is het een kwestie van rustig de tijd nemen en het een paar keer extra vertellen in gemakkelijke taal. Jo ha in blaaskateter. Wite jo wat dat is?Je wilt dat mensen zich veilig bij jou voelen en vertrouwen hebben in jouw deskundigheid. Een stukje aandacht is dan heel belangrijk.”
Tichtby & yntym
“Een andere keer kwam een man te overlijden die lang ziek was geweest. Hij had een vriendin die van alles voor hem had gedaan. Na zes weken kwam ik met mijn collega weer langs om te vragen hoe het met haar ging en hoe zij de zorg ervaren had. We spraken Fries. Eigenlijk hoefden we alleen maar bij haar te zitten. Ze begon meteen te huilen. Sy hie der o sa’n behoefte oan om har ferhaal te dwaan. Woe haar gefoelens en emoasjes kwyt. We waren nauw betrokken geweest bij de zorg. Je komt heel dicht bij iemand, bent heel intiem bezig. Mooi en dankbaar om te doen. Achteraf dacht ik: wat goed dat we hier waren. Ze wilde en kon haar verhaal kwijt. Zo’n ontmoeting geeft energie.