Brand

Sykje

Soarch Oan it wurd

Tanja Kuperis

Verpleegkundige Nij Smellinghe

Geplaatst op 23 maart `21
4 minuten leestijd

‘Met aandacht, dat voelt beter’ is de slogan van het Drachtster ziekenhuis Nij Smellinghe. Voor Tanja Kuperis-Zijlstra betekent dit dat ze kwalitatief goede zorg levert waarbij ze onder andere attent is op de rol van taal in het verpleegkundig proces. Ze is zelf Friestalig en ziet het kunnen schakelen tussen het Nederlands en het Fries als een extra bonus die ze patiënten kan bieden.

Tanja deed haar opleiding tot verpleegkundige in ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten. Na het afronden van de opleiding in 2004 werkte ze één jaar in Drachten, om daarna de overstap te maken naar ziekenhuis De Sionsberg in Dokkum. Daar werkte ze op verschillende afdelingen, totdat er een plekje kwam voor endoscopie verpleegkundige. Vervolgens volgde ze in Dokkum de opleiding tot endoscopie verpleegkundige. Na het faillissement van De Sionsberg keerde ze in 2015 terug naar het ziekenhuis in Drachten. “Dat voelde als thuiskomen.”

Komt iemand uit Ferwert of uit Beilen?

Het taalbeleid in Nij Smellinghe is dat patiënten aangesproken worden in het Nederlands, tenzij zij aangeven liever een andere taal te spreken, zoals het Fries. “De regio waaraan we zorg verlenen is groot. Hier komen met name patiënten uit Friesland, Groningen en Drenthe. Van tevoren bedenk ik me al: waar komt iemand vandaan? Komt iemand uit Ferwert of uit Beilen? Als een patiënt uit Ferwert komt, is de kans groot dat hij Fries spreekt en het prettig vindt om het gesprek in het Fries te voeren. Welke taal ik spreek, hangt uiteindelijk af van het eerste contact. Soms hoor ik al het Friese accent. Toch glipt er weleens iemand tussendoor. Ik sprak laatst in het Nederlands met een patiënt, toen een collega me iets vroeg in het Fries. Oh, dan kunnen wij óók wel Fries spreken, zei de patiënt toen.”

Wy sille goed op jo passe

“Als ik een patiënt ophaal uit de wachtkamer, vraag ik terwijl we richting de behandelkamer of verkoeverkamer lopen of hij al vaker een onderzoek heeft gehad. Bij een darmonderzoek krijgen patiënten meestal een roesje, dat vinden ze vaak spannend. Dan helpt het dat de patiënt in zijn eigen  taal, zoals het Fries, kan praten. Dat stelt de patiënt op zijn gemak.

Voor het onderzoek in de onderzoekskamer zijn altijd een arts en twee verpleegkundigen aanwezig. Eerst doen we de time out-procedure. De patiënt gaat op de rand van het bed zitten. Ik stel controlevragen: Wie bent u? Voor welk onderzoek komt u? Bent u nuchter? Enzovoorts. Ik vertel: dit gaan we doen, hier moet u op letten. Wy sille goed op jo passe, zeg ik dan. Op die manier wil ik overbrengen dat mensen in vertrouwde handen zijn.

Daarna begint het onderzoek. Een maagonderzoek is bijvoorbeeld een ongemakkelijk onderzoek. De patiënt komt op de zij te liggen. Via een bijtring tussen de kaken brengen we de scoop naar binnen. Dat is een lastig moment, de patiënt kan in paniek raken. Dan is het de kunst om ze gerust te stellen: besykje rêstich mei te slokken, konsintrearje jo op it sykheljen.

Hawwe jo alles begrepen?

Vervolgens vertelt de arts wat hij gezien heeft. Als het een slechtnieuwsgesprek is, zitten er altijd een familielid en één van de twee verpleegkundigen bij het gesprek. Wij controleren dan of de patiënt alles goed begrijpt. Hawwe jo alles begrepen wat de dokter sei? Als de uitslag goed is, krijgen de patiënten die een roesje hebben gehad een formulier mee, waar de uitslag op staat. Dat formulier nemen we nog even met hen door. Is alles duidelijk? Heeft u nog vragen? Meestal is alles wel duidelijk; herhalen van de boodschap maakt dat mensen het beter onthouden.

Ik doe dit werk heel graag. Het is een hele mooie afdeling en ik heb hele leuke collega’s. Elke dag denk ik: hoe zou het vandaag zijn? Wat zouden we vandaag krijgen? Alle dagen zijn vol uitdagingen. Steeds weer aandacht hebben voor de patiënt en die zoveel mogelijk op zijn gemak stellen.”

Het rapportcijfer 8,4 op ‘de ziekenhuischeck’ laat zien dat Tanja en haar collega’s werk maken van de slogan van Nij Smellinghe.

Tekst Riemie van Dijk, foto Blooming Image, Femmie van der Sluis-Boersma