Brand

Sykje

Soarch Oan it wurd

Maeykehiem in Sint Nicolaasga

‘Sûpe’? Ik dacht ‘Cup-a-Soup’? Het bleek karnemelk te zijn

Geplaatst op 16 april `25
4 minuten leestijd
Tineke Witteveen

Iemand wilde ‘sûpe’ erbij… Ik dacht ‘Cup-a-Soup’? Het bleek karnemelk te zijn.

Tiny van Deelen werkt als begeleider bij Maeykehiem in Sint Nicolaasga. Ze werkt nu 6 jaar in de gehandicaptenzorg, waarvan 5 jaar in dienst bij Maeykehiem. Gemiddeld 18 uur per week en daarnaast 3 uren als ambulant begeleider van een 17-jarige jongen.

Tiny begon als vrijwilliger. “De zorg voor de mensen, dat zit in mijn DNA. De grootste uitdaging is met een voldaan gevoel naar huis te gaan,” vertelt ze.

De groep waarmee Tiny werkt, bestaat uit 6 personen met een leeftijd tussen de 29 en 84 jaar, waarbij het verstandelijk vermogen gemiddeld 3 jaar is. Tiny: “Ze wonen hier, de één zelfstandiger dan de ander. Allemaal hebben ze hun individuele zorg- en begeleidingsbehoefte. Sommigen redden zich voor een deel zelf, zoals met douchen en brood smeren en hebben lichte ondersteuning nodig. Anderen hebben hierin juist meer begeleiding nodig.”

De ochtenddienst is van 7.00 – 14.00 uur, de middagdienst van 14.00 – 22.00 uur. Daar zit altijd een kwartier overdracht bij. Zo weten ze van elkaar wat er speelt en leeft. “Het is fijn om even te sparren met een collega en zo kunnen we elkaar ondersteunen bij de grotere zorgtaken. Belangrijk is de aandacht zo goed mogelijk te verdelen over de hele groep. Het is leuk en uitdagend om er voor iedereen te zijn. Ook voor diegenen die wat stiller zijn”

“Iemand wilde ‘sûpe’ erbij… Ik dacht ‘Cup-a-Soup’? Het bleek karnemelk te zijn.”

Tiny vertelt over hoe ze de bewoners ondersteunt bij de dagelijkse dingen, zoals het opstaan, het ontbijt of samen een lekker bakje koffiedrinken. Ook helpt ze met taken, zoals het uitzoeken van de was. Dit doet ze dan bijvoorbeeld met een bewoner die het kan en leuk vindt om te helpen. ’s Middags wordt er zelf gekookt en warm gegeten. Ook is er tijd voor creativiteit, zoals het maken van muziek. Een deel van de groep gaat overdag naar de dagbesteding, dat is in een ander deel van het gebouw. Zij komen in de middag rond 16.00 uur weer terug op de groep. ’s Avonds worden de bewoners begeleid bij het douchen. Ook wordt door de begeleiders de medicatie uitgedeeld.
Tiny vertelt: “Ik hoor vaak dat ze de rust die ik breng prettig vinden. Dit vind ik mooi en ook belangrijk in een groep. Ontspanning is belangrijk. De bewoners hebben het meteen in de gaten als er iets is, bijvoorbeeld als er thuis iets speelt of als je moe bent. Geef maar toe wat er is, dan weten zij ook waar ze aan toe zijn.”

Korte zinnen en duidelijk praten
Tiny geeft aan dat het belangrijk is om korte zinnen te gebruiken en duidelijk te zijn: “Soms is dat lastig, omdat we geneigd zijn te veel te zeggen. Je ziet ze dan nadenken en dan weet je al dat je boodschap niet aankomt. Soms willen ze ook alleen maar een ‘ja’ of een ‘nee’ horen.”

In de groep spreekt een aantal bewoners Fries. Momenteel volgt Tiny de online cursus Fries in de Zorg: “Daarmee leer ik gerichter Fries en kom ik er ook achter dat ik veel al goed begrijp. Ik kom uit het midden van het land en kan het Fries inmiddels prima verstaan. Zo wist ik al wel dat het woord ‘bôle’ brood betekende, maar iemand wilde ‘sûpe’ erbij… Ik dacht ‘Cup-a-Soup’? Nee, het bleek karnemelk te zijn. En iemand met pijn in de ‘knibbels’… wat zijn ‘knibbels’? Dat zijn dus de knieën weet ik nu.” Als Tiny een woord niet weet of niet kan herleiden, dan vraagt ze de bewoner of hij/zij het uit kan leggen. Samen komen ze dan een heel eind.

De bewoners praten vaak al wat onduidelijk, waardoor ze moeilijker te verstaan zijn. Dat is in het Nederlands soms al lastig, maar als het dan ook nog in het Fries is, vraagt Tiny altijd of ze het nog eens willen zeggen. Tiny geeft aan: “Sommigen zijn Fries opgevoed, praten veel Fries, maar schakelen ook makkelijk over naar het Nederlands. Natuurlijk kennen we de bewoners ook goed; je weet weet hoe ze praten en herkt bepaalde klanken en woorden wel. Het zoeken van verbinding met de bewoner vinden we heel belangrijk, ook als mensen wat ouder zijn en dementie krijgen. Communicatie is meer dan alleen spreektaal. Het zit hem ook in non-verbaal gedrag, je uitstraling, benadering en je mimiek. En daarbij breng je als persoon de rust!”